Screeningsinstrumenten helpen jou als zorgverlener om het middelengebruik van je cliënt te detecteren en de ernst ervan in te schatten. Je kan ook een online zelftest aanraden.
De me-ASSIST bundelt verschillende internationaal goed gevalideerde screeningsinstrumenten. Stel je cliënt de vragen die op het scherm verschijnen, en duid diens antwoorden aan. Als resultaat krijgen jullie een risico-inschatting en houvast voor een korte interventie op maat.
Na een paar korte vragen word je naar het juiste screeningsinstrument geleid.
Kies zelf de screeningGa naar het overzicht van instrumenten, kies de screening die je nodig hebt.
Het is aan te raden om regelmatig te screenen, niet enkel op het moment waarop signalen van problematisch gebruik worden opgepikt. Voor alcohol wordt het zelfs aangeraden om cliënten jaarlijks te screenen. In de volgende gevallen is het bovendien extra aangewezen om een screening te doen.
Klik het hieronder aan en je start meteen:
De ASSIST helpt je om volwassenen te screenen op alcohol, tabak, misbruik van psychoactieve medicatie en illegale drugs. Het instrument detecteert: laagrisicogebruik, riskant gebruik en mogelijke stoornissen.
De ASSIST bestaat uit maximaal 11 vragen. Afhankelijk van de antwoorden van de cliënt worden soms vragen overgeslagen.
De AUDIT helpt je volwassenen te screenen op alcohol. Het instrument detecteert: laagrisicogebruik, riskant gebruik, schadelijk gebruik en mogelijke stoornissen in het gebruik van alcohol.
De AUDIT bestaat uit 10 vragen. Afhankelijk van de antwoorden van de cliënt worden soms vragen overgeslagen.
De CRAFFT helpt je adolescenten te screenen op alcohol, misbruik van psychoactieve medicatie en illegale drugs. Het instrument detecteert: de procentuele kans op een DSM-5 stoornis.
Licht daarbij zeker toe in welke mate de ouders al dan niet zullen ingelicht worden over de resultaten van de screening.
De CRAFFT bestaat uit maximum 9 vragen.
De NODS-PERC helpt je volwassenen te screenen op gokken. Het instrument detecteert of er een indicatie voor een gokstoornis is.
De NODS-PERC bestaat uit 4 vragen.
Een zelftest is een laagdrempelige manier om de cliënt zelf de ernst van zijn gebruik te laten ontdekken, en de eventuele nood aan verdere begeleiding in te schatten.
De zelftesten op de Druglijnwebsite bestaan uit een 10- à 15-tal vragen, gemakkelijk in te vullen via laptop, pc, smartphone of tablet. Ze geven de cliënt een inschatting van de risico’s van het gebruik, en een eerste advies op maat. Zelftests helpen cliënten om in te schatten welke risico’s ze lopen met hun gebruik. Het advies op het einde van de test is geen diagnose.
Zelftests kunnen een handig hulpmiddel zijn om in te zetten tijdens een begeleiding. Samen een zelftest invullen, voelt soms laagdrempeliger dan een screening doorlopen. Door samen met de cliënt de zelftest te doen, krijg je ook een zicht op hoe riskant zijn gebruik is.